Nederlanders maken zich grote zorgen om oorlog in Oekraïne

Nederlanders volgen de oorlog in Oekraïne op de voet en maken zich er grote zorgen om. Men leeft mee met de slachtoffers, houdt zijn hart vast voor wat dit betekent voor de wereldorde en is ook bang voor wat dit voor ‘onszelf’ gaat betekenen: vluchtelingenstromen, duurdere levensmiddelen en hogere energieprijzen. Maar een ruime meerderheid accepteert deze consequenties als daarmee iets tegen de agressie van Poetin gedaan kan worden.
08 maart 2022 | Peter Kanne & Asher van der Schelde | #democratie #Europese Unie #oekraïne #peiling #politiek

Maar liefst 51 procent maakt zich ‘veel zorgen’ om de oorlog in Oekraïne, nog eens 39 procent maakt zich ‘enige zorgen’: samen 90 procent. Bijna negen op de tien volgen de ontwikkelingen in Oekraïne op de voet of in grote lijnen (samen 87 procent). Ter vergelijking: de gemeentelijke politiek wordt op dit moment door vier op de tien op de voet of op hoofdlijnen gevolgd.

Waar maakt men zich zorgen om?

  1. Het lijden van de slachtoffers (zorgen om de mensen daar, humanitaire ramp, medeleven met het Oekraïense volk).
  2. Consequenties voor de wereldorde (angst voor escalatie, derde wereldoorlog, nucleaire aanval – 44 procent verwacht een nucleaire aanval – ontwrichting bestaande wereldorde)
  3. Consequenties voor ‘onszelf’ (zorg om vluchtelingenstromen die onze kant op komen, economische consequenties: stijgende gasprijzen, duurdere levensmiddelen, inflatie, recessie)  

Vaak geven mensen antwoorden waar alle drie de elementen in voorkomen. Maar overall lijkt de zorg dat het ook ons gaat treffen de overhand te hebben (al blijkt ook dat Nederlanders veel overhebben voor steun). Een VVD-kiezer: “In hoeverre dit impact op onze samenleving gaat hebben. Op energie, gas, maar ook veiligheid.
Een enkeling noemt de consequenties die de oorlog en de Nederlandse inspanningen kunnen hebben voor andere beleidsterreinen (die dan minder aandacht zullen krijgen, zoals het klimaat, sociale gelijkheid).

Rusland verantwoordelijk gehouden voor de oorlog, maar niet door FvD-kiezer

Op de vraag welke landen of organisaties verantwoordelijk zijn voor het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, geven Nederlanders eenduidig één antwoord: Rusland. Van de NAVO en de EU vindt bijna de helft dat ze er minstens medeverantwoordelijk voor zijn. Slechts een klein deel stelt ook Oekraïne verantwoordelijk.

FvD-kiezers: EU en NAVO verantwoordelijk

Kiezers van alle partijen achten Rusland volledig of in sterke mate verantwoordelijk voor de oorlog. Dat geldt niet voor kiezers die nu op FvD[1] zouden stemmen. Van hen acht ‘slechts’ 52 procent Rusland volledig of in sterke mate verantwoordelijk. Maar liefst 85 procent houdt de EU volledig of in sterke mate verantwoordelijk, 82 procent de NAVO, 53 procent Oekraïne en een derde (34%) Nederland.  

De stelling dat “de verantwoordelijkheid voor de oorlog ook bij de westerse landen ligt, aangezien de Europese Unie en Oekraïne in 2014 een associatieverdrag sloten” wordt door een kwart (24%) van de Nederlanders gedeeld, 39 procent is het er niet mee eens, de rest is neutraal of weet het niet. Van de FvD-kiezers is 73 procent het eens met deze stelling. FvD-leider Thierry Baudet deed en doet regelmatig uitspraken van deze strekking[2].   

Zeven op tien steunen aanpak Nederlandse regering

De reactie van ‘het westen’ – de Nederlandse regering, de EU en de NAVO – wordt door de meeste Nederlanders gewaardeerd. Bijna zeven op tien Nederlanders (68%) staan achter de manier waarop de Nederlandse regering omgaat met de oorlog in Oekraïne. Het kabinet krijgt steun van de kiezers van de coalitiepartijen én de kiezers van oppositiepartijen PvdA, Volt, GroenLinks, SGP, SP, PvdD, JA21 en BBB. Kiezers van de FvD en PVV staan er doorgaans niet achter. 

Tevredenheid met EU fors toegenomen

In vergelijking met twee jaar geleden (juni 2020, toen de kwestie rondom het Europese coronaherstelfonds speelde) zijn Nederlanders beduidend tevredener met wat de instellingen van de Europese Unie doen. Nu is 49 procent daar (zeer of tamelijk) tevreden over, 38 procent niet erg of helemaal niet. Twee jaar geleden was dat nog 37 versus 43 procent.

Steun voor ruimhartige opvang vluchtelingen en economische schade acceptabel

Overall valt op dat Nederlanders ver willen gaan in sancties en ingrepen. Men zegt er ook vrij veel voor over te hebben. Zo vinden acht op tien Nederlanders (78%) dat “Nederland vluchtelingen uit Oekraïne ruimhartig moet opnemen”. Ter vergelijking: eind 2020 vond nog slechts 29 procent dat “Nederland meer vluchtelingen zou moeten opvangen die nu in vluchtelingenkampen in Griekenland zitten”. 

Ook willen Nederlanders pittige economische maatregelen, ook als ze dat zelf geld kost. De samenwerking met Russische energiebedrijven moet worden opgezegd (74%), we moeten van Russisch gas af, ook als dat leidt tot hogere gasprijzen (68%) en Rusland moet worden geboycot, ook als dat leidt tot economische schade (74%).

Boren naar Gronings gas bespreekbaar

Zelfs vindt een meerderheid (55%) het acceptabel als er dan weer in Groningen geboord gaat worden. In de provincie Groningen[3] denkt men daar minder makkelijk over, maar toch: 42 procent is het ermee eens, 31 procent oneens, de rest is neutraal of weet het niet.

Militaire hulp? Ja, maar geen Nederlandse soldaten

Twee derde (65%) vindt dat “Nederland veel meer geld moet investeren in defensie”. Bijna zes op de tien (58%) vinden dat “Nederland Oekraïne meer moet helpen door meer wapens of ander materiaal te leveren”. 
Maar men is overwegend niet bereid daar Nederlandse levens voor te riskeren: slechts 18 procent vindt dat “Nederland Oekraïne moet helpen door Nederlandse militairen naar Oekraïne te sturen”, 51 procent is daar tegen.

Ruim de helft: Oekraïne mag ooit lid worden van de Europese Unie

Ruim de helft (55%) van de Nederlanders vindt nu dat “Oekraïne ooit lid moet kunnen worden van de Europese Unie”, zoals ook voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen wil. In maart 2016 wilde nog slechts 46 procent dat[4].
Kiezers van de meeste partijen zouden dit in meerderheid goed vinden. Dat geldt niet voor de kiezers van FvD[5], PVV, JA21 en BBB.

Twee derde: Rusland-steunende partijen mogen geen vertrouwelijke info meer krijgen

GroenLinks heeft ervoor gepleit dat PVV en Forum voor Democratie geen vertrouwelijke informatie van het kabinet krijgen over de situatie in Oekraïne. Twee derde van de kiezers staat achter dit idee: 65 procent is het eens met de stelling “Politieke partijen die Rusland en Poetin verdedigen moeten worden uitgesloten van vertrouwelijke briefings in de Tweede Kamer”. 
Alleen kiezers van de FvD zijn het hier mee oneens (13% mee eens, 66% oneens). Opvallend is dat zelfs een nipte meerderheid van de PVV-kiezers (52%) het ermee eens is. 

Het rapport

Download hier het volledige rapport.

Onderzoeksverantwoording

Dit onderzoek – in opdracht van de NOS – vond plaats van vrijdag 4 tot maandagochtend 7 maart 2022. In totaal werkten 2.132 Nederlanders van 18 jaar of ouder mee aan het grootste deel van dit onderzoek. Het grootste deel van de steekproef (n=2.016) is afkomstig het I&O Research Panel, 218 respondenten deden mee via PanelClix. Dit zijn allen Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond. 

De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard. Hiermee is de steekproef representatief voor de kiesgerechtigde Nederlandse inwoners (18+), voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=2.000 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 2,2 procent.


[1] Weinig waarnemingen dus indicatief: zou nu FvD stemmen n=26, stemde TK21 op FvD: n=47
[2] Zie bijvoorbeeld: https://www.trouw.nl/binnenland/baudet-isoleert-zich-nog-verder-met-zijn-hardnekkige-liefde-voor-poetin~bea226c3/ [1] Weinig waarnemingen dus indicatief: zou nu FvD stemmen n=26, stemde TK21 op FvD: n=47
[3] n = 90
[4] Toen is er bij deze stelling geen neutraal-categorie gebruikt, als dat wel was gebeurd was het aandeel ‘mee eens’ toen waarschijnlijk kleiner geweest
[5] Weinig waarnemingen dus indicatief: zou nu FvD stemmen n=26

We vertellen u graag nog veel meer over Ipsos I&O.


Neem contact op

afbeelding

Peter Kanne

Senior onderzoeksadviseur

afbeelding

Asher van der Schelde

Onderzoeker

Willen weten...
Herkent u zich daarin? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.